ZP Zaken logo
    Wet- en regelgeving

    VBAR: Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties

    De wet VBAR is de opvolger van de veelbesproken wet DBA. Wat betekent dit voor jou als zzp'er?

    Redactie ZP ZakenLaatst bijgewerkt: 01-10-20266 min lezen
    VBAR: Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties
    Deel:

    Van de wet VBAR is alleen het rechtsvermoeden bij een uurtarief onder € 38 overgebleven. Het deel dat de beoordeling van arbeidsrelaties moest verduidelijken, is geschrapt. Waarom moet er een nieuwe wet komen? Wat is het verschil tussen Wet VBAR en Wet DBA? En zal deze wet het de zzp’ers niet alleen maar moeilijker maken?

    VBAR: Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden

    Updates:

    15 juli 2025Op 7 juli ’25 is het wetsvoorstel VBAR ingediend bij de tweede kamer. Met de eerdere kritiekpunten op de wet is er weinig gedaan. Bij het wetsvoorstel blijft het uitgangspunt staan dat ‘je werknemer bent, tenzij…’. Hierdoor zal de onduidelijkheid niet weggenomen worden. De nieuwe Zelfstandigenwet is hierin duidelijker. Hierbij gaat men juist uit van ‘je bent ondernemer, tenzij…’.

    Naast de schijnzelfstandigheid wordt er ook gekeken naar een minimum uurtarief. Dit is in de wet vastgesteld op 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026). Zzp’ers met een lager tarief moeten een sterkere rechtspositie krijgen. Zij kunnen dan makkelijker aantonen dat ze werknemer zijn en daarmee beroep doen op de rechten die daarbij horen.

    1 oktober 2026: minister Aartsen presenteerde de Zelfstandigenwet van het kabinet. Het voorstel ligt tot en met 29 oktober 2026 in internetconsultatie en gaat op zijn vroegst per 1 januari 2028 in. Lees meer in ons artikel over de Zelfstandigenwet.

    Eerder (2025): de internetconsultatie van het initiatiefvoorstel voor een Zelfstandigenwet is op 23 juni afgerond. Ruim 500 reacties zijn binnengekomen. De Raad van State zal binnenkort een advies uitbrengen en daarna zal het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaan.

    26 februari 2025
    De Hoge Raad heeft op 21 februari ’25 een uitspraak gedaan over het bepalen van schijnzelfstandigheid. De Hoge Raad vindt dat het ondernemerschap net zo zwaar moet wegen. Hierdoor wordt niet meer enkel jouw manier van werken beoordeeld, maar ook of je kan aantonen dat je ondernemer bent.

    Dit standpunt is als antwoord gegeven op een juridische vraag van het gerechtshof. Het gerechtshof kan nu bepalen of zij dit standpunt mee gaan nemen.

    Als het gerechtshof dit standpunt gaat volgen, dan wordt jouw ondernemerschap dus belangrijker dan dat het nu is. Hierdoor kan jij hetzelfde werk doen als een ander en toch gezien worden als een ondernemer. Het is te hopen dat hierdoor werkgevers minder bang zullen zijn om zzp’ers in te huren!

    Onder andere de zorg wordt geraakt door de handhaving van de wet DBA. Een zzp’er die werkt binnen een bedrijf wordt al snel aangezien als een verkapte werknemer. De Hoge Raad besliste dus anders. Inbedding, zoals dat ook wel genoemd wordt, is geen doorslaggevend criterium voor het bepalen van schijnzelfstandigheid. Zij stellen dat je wel degelijk in een dienstverband kunt zitten en toch zelfstandig ondernemer kunt zijn.

    De uitspraak van De Hoge Raad is (nog) niet bindend, maar geeft wel een duidelijke koers aan, wat gevolgen kan hebben. Ook voor de nieuwe wet VBAR.

    18 november 2024Op 18 november ’24 nam minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken de arbeidsmarktagenda in ontvangst en meldde tijdens deze aangelegenheid dat de conceptwet VBAR, ondanks de kritiek van de Raad van State, toch naar de Tweede Kamer gestuurd zal worden. De kritiek op de conceptwet wordt wel meegenomen en aan de hand daarvan zal de wet nog verder worden bestudeerd. Hij wilde verder niet ingaan op de kritiek.

    13 november 2024
    De Raad van State heeft flinke kritiek geuit op het wetsvoorstel VBAR. Ze vindt dat de VBAR uitgaat van oplossingen die niet meer van deze tijd zijn. Ze zegt dat zelfstandigen te veel worden dwars gezeten en volgens haar gaat het dan ook vooral om de sociale premies die men wil innen. De Raad van State is het wel eens met de invoering van een tariefgrens. De minister moet zich nu gaan buigen over een nieuw voorstel waarbij de Raad verwacht dat ondernemers erkend zullen worden en gefaciliteerd. Zoals het voorstel er nu ligt zullen ze juist tegengewerkt worden. Men zal moeten gaan zoeken naar veranderingen die aansluiten op de huidige arbeidsmarkt én daarnaast ook de ondernemers zullen ondersteunen.

    Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden

    Er is nu een wetsvoorstel betreft deze Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR). Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel ingediend bij de Raad van State ter beoordeling. Men hoopt met deze wet duidelijkheid te scheppen rondom schijnzelfstandigheid. Welk werk mag door een zelfstandige gedaan worden of moet door een werknemer gedaan worden? De wet probeert zo (gedwongen) schijnzelfstandigheid tegen te gaan, net als oneerlijke concurrentie. Door duidelijker te zijn in wat wel en niet mag kan men ook beter handhaven. Maar de nieuwe wet wil ook iets doen tegen de extreem lage uurprijzen die nog weleens gehanteerd worden.

    Toetsingskader Wet VBAR

    De wet zal zorgen voor een duidelijker toetsingskader. Hierdoor kunnen zowel de werkgever als de werkenden beter beoordelen wat hun rechtspositie inhoudt. Naast de toetsing of er sprake is van gezag zal er bijvoorbeeld ook gekeken gaan worden naar het uurtarief. Ligt dat onder de ondergrens die in de wet wordt vastgelegd, dan geldt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. De wet is aangenomen. De ondergrens is 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026) en wordt jaarlijks geïndexeerd.

    Twee onderdelen

    De wet is in twee onderdelen te splitsen. Het eerste deel gaat over het wel of niet mogen inhuren van een werkende. Het tweede deel over het uurloon, waardoor zzp’ers beschermd worden. Bij het eerste deel wordt er beoordeeld of het werk dat je doet gezien wordt als werken als werknemer en hoe het zit met het risico dat de werkende loopt. Hoe zelfstandig is zijn functie?

    Drie categorieën

    Of je als werkende nu echt zelfstandig bent, wordt getoetst aan de hand van drie categorieën.

    • Werknemerschap
    • Zelfstandigheid
    • Ondernemerschap van de persoon

    Bij werknemerschap wordt gekeken naar de manier waarop het werk wordt verricht. Is dit hetzelfde als wat een werknemer doet en hoeveel kan de werkgever hierin sturen en beoordelen? Bij zelfstandigheid wordt bijvoorbeeld gekeken hoe het staat met het lopen van financiële risico’s, of je als werkende zelf voor materialen moet zorgen en of de werkende zelfstandig naar buiten kan treden. Daarnaast gaat het ook om het werk wat deze werkende doet. Heeft dit te maken met kennis of werk dat niet structureel in het bedrijf aanwezig is? Ook wordt er gekeken naar de duur van de werkzaamheden. Is dit tijdelijk of maar voor een aantal uur in de week?

    Bij ondernemerschap wordt onder andere gekeken naar zaken als het aantal opdrachtgevers die iemand heeft per jaar, of hij of zij aan marketing doet voor het eigen bedrijf en/of zelf op zoek gaat naar opdrachten, of er investeringen in het bedrijf worden gedaan en of hij is ingeschreven bij de KvK.

    Wet VBAR: een ramp voor zzp’ers?

    Er is eind 2024 veel te doen om het handhaven van de wet DBA. Veel zzp’ers zijn nu bang dat ze geen of minder werk zullen krijgen omdat bedrijven minder snel zelfstandigen zullen inhuren. Is de nieuwe wet een ramp voor deze groep ondernemers? Wet VBAR is niet alleen maar een manier om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, maar biedt wel degelijk ook bescherming richting de zzp’er. Het zal afhangen van de bedrijfstak waar je werkzaam bent hoe dit voor je uit zal pakken. Met deze nieuwe wet zal een eerlijker uurloon aan de orde zijn en worden ook andere misstanden aangepakt. Daar kan inderdaad tegenover staan dat mensen die niet in loondienst willen, nu opeens hun werk niet meer mogen of kunnen doen.

    Wet DBA en VBAR

    De wet DBA blijft voorlopig het kader. De VBAR vervangt die niet. De oude wet is op veel fronten niet heel duidelijk, waardoor er ook jarenlang niet gehandhaafd werd. Omdat er toch iets moet gebeuren en de nieuwe wet nog niet van kracht is, is er besloten om per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium op te heffen en wel te gaan handhaven.

    Verschillen tussen wet DBA en wet VBAR

    Bij de wet DBA draait het vooral om het tegengaan van schijnzelfstandigheid en wordt er verwacht dat werkgevers en zzp’ers goed nagaan of hun arbeidsrelatie aan alle eisen voldoet. Is er wel of geen sprake van een dienstbetrekking? Bij de wet VBAR wordt dieper ingegaan op de kenmerken van schijnzelfstandigheid. De wet VBAR zou daardoor meer duidelijkheid moeten geven en biedt daarnaast ook regels omtrent het minimum uurtarief.

    Status wet VBAR

    Hoe ver is deze wet nu? Het verduidelijkingsdeel is geschrapt. Het rechtsvermoeden bij een uurtarief onder € 38 is als Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet gaat in op 31 december 2026.

    Wet VBAR 2026

    De beoordeling van arbeidsrelaties wordt niet via de VBAR geregeld, maar via de Zelfstandigenwet. Die ligt tot en met 29 oktober 2026 in internetconsultatie en gaat op zijn vroegst per 1 januari 2028 in. Maar daar worden nu (eind 2024) al vraagtekens bij geplaatst. Er is namelijk veel kritiek op de wet, met name het stuk wat gaat over de beoordeling van de werkrelatie. Niet alleen vanuit het werkveld, maar ook vanuit de politiek zelf!

    Meer relevante artikelen

    Hoeveel opdrachtgevers moet je hebben als zzp’er?

    In ondernemersland heerst de gedachte dat je minimaal drie opdrachtgevers moet hebben om aan de eisen te voldoen die de Belastingdienst stelt.

    Wet DBA: werkrelatie zzp’er en opdrachtgever

    De wet DBA is niet nieuw, maar sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer. Sinds 2026 kunnen daarbij ook vergrijpboetes worden opgelegd. Tijd om als zzp’er stil te staan of jij wel voldoet aan de eisen van deze wet.

    Deel:

    AFM-geregistreerd

    12050636

    Kifid-aansluiting

    300.019283

    Kamer van Koophandel

    62117092

    5,0 sterren op Google

    Onafhankelijke beoordelingen